Elsa Joubert We wachten op de commandant

Roman, Manuzio, 2021

We wachten op de commandant is een literaire uitwerking van een berichtje uit Die Transvaler van 15 maart 1961: ‘Een Portugese ingenieur vertelde gisteren dat een boerderij in Noord-Angola was overvallen door een zwarte bende van omstreeks 350 man. De bende had de 12 blanken op de boerderij berecht en hen allemaal ter dood veroordeeld. Voor de berechting waren de blanken mishandeld en waren er mannen, vrouwen en kinderen over de grond gesleurd. De bendeleiders spraken Frans. De “berechting” werd een flink aantal keer uitgesteld, omdat de bende wachtte op de komst van een aanvoerder, die per vliegtuig uit de Kongo moest komen.’

            De Portugese vrouw Ana-Paula komt na haar huwelijk met een koloniaal in Afrika te wonen ‘in de periferie van een bestaansvlak dat haar voorheen onbekend was’. Ze is vereenzaamd geraakt en haar huwelijk is niet goed. De verbittering die ze voelt komt deels voort uit het feit dat haar man al kinderen heeft, bij een zwarte vrouw, iets wat hij heeft nagelaten haar te vertellen toen hij haar vroeg met hem te trouwen. In de korte tijdspanne dat iedereen wacht op de komst van de onbekende commandant maakt Ana-Paula een ontwikkeling door die maakt dat ze zich openstelt voor degenen die ze in het verleden heeft veracht.

            In We wachten op de commandant wordt de lezer een spiegel voorgehouden. Wat hij daarin ziet, de Europese aanwezigheid in een werelddeel dat daar niet om heeft gevraagd, is niet altijd aangenaam. De niets ontziende tekening van de hoofdpersoon was in 1963 hoogst ongebruikelijk en zal ook nu nog lezers schokken.

Elsa Joubert werd geboren in 1922, in het stadje Paarl in de West-Kaap. Na haar studie werkte ze in het onderwijs en als redactrice bij een tijdschrift. Op haar zesentwintigste deed ze iets wat destijds ongehoord was: ze maakte in haar eentje een lange reis door Afrika, een reis waarmee ze voorgoed afstand nam van de geborgen omgeving waarin ze was opgegroeid. Daarna schreef ze reisboeken, en in 1963 verscheen haar eerste roman, Ons wag op die Kaptein. Dat boek werd van al haar boeken het meest herdrukt en is uitgegroeid tot een klassieker. Met haar documentaire roman Die swerfjare van Poppie Nongena (De zwarte dagen van Poppie Nongena; het aangrijpende levensverhaal van een vrouw in Zuid-Afrika, 1985, vertaald uit het Engels door Aleid Swieringa) verwierf ze wereldroem. Voor Die reise van Isobelle, een familieroman die het leven van drie generaties vrouwen beschrijft, kreeg ze in 1998 de zeer prestigieuze Hertzogprys. Haar verhalenbundels Melk en Dansmaat werden alom geprezen. In 2004 werd haar als een van de weinige witte schrijvers de Orde van Ikhamanga verleend. Elsa Joubert overleed in 2020.

Rob van der Veer

E-mail: rjvanderveer[at]hotmail.com

Privacyverklaring