Karel Schoeman

De hemeltuin

Roman, Manuzio, 2019

Kort voor de Tweede Wereldoorlog brengt Nikolaas, een jonge Zuid-Afrikaanse student, een idyllische zomer door in het landhuis van de welgestelde familie Chalmers. Hij maakt kennis met de tiener Prudence, die zich druk maakt om de bombardementen op Bilbao en die haar politieke opvattingen luidkeels uitdraagt, maar ook met het Duitse meisje Gerda, die wat minder met haar politieke betrokkenheid te koop loopt. Welke prijs zullen ze voor hun idealisme betalen? De hemeltuin gaat over het kwaad dat je aan de rand van je blikveld ziet gebeuren: negeer je het of kom je ertegen in verzet?

Toen ik Die hemeltuin van Karel Schoeman voor het eerst las, stond het al een flink aantal jaren in mijn Afrikaanse boekenkastje. Het zag er niet bijster aantrekkelijk uit en het was een uitgave zonder enige flap-informatie; er was eigenlijk niets wat meteen tot lezen noodde. Omdat mijn Afrikaanse boekenvoorraad steeds maar bleef uitdijen, besloot ik opruiming te houden, en Die hemeltuin zou als eerste op de weggeefstapel komen. Omdat ik Schoeman als schrijver erg hoog heb zitten (ik heb zijn magistrale Stemme-drieluik vertaald), vond ik dat ik het boek wél eerst moest lezen voordat het uit huis verdween. Al op de eerste bladzijde werd ik getroffen door de dynamiek en zinsbouw, die totaal anders was dan wat ik kende uit Stemme. De tekening van de personages was ook anders, maar even krachtig en fijn als ik van Schoeman gewend was.

            Ik las het boek in één adem uit en was stil en verwonderd over het slot. Onmiddellijk besefte ik dat lezen niet genoeg was: dit boek moest vertaald worden. Ik stopte Die hemeltuin in een envelop en stuurde die naar Pieter Rouwendal van Manuzio, met een begeleidend kaartje waarop stond: ‘Begin vooral met de laatste zin.’ Deze laatste zin sloot wat stemming betreft aan bij het werk van Schoeman dat Rouwendal had uitgegeven, al was het boek zelf totaal anders van toon en eigenlijk heel geschikt om een geheel nieuw Schoeman-publiek aan te boren. Tot mijn grote geluk reageerde Manuzio positief en verscheen De hemeltuin in 2019 in een prachtige uitgave.

Die hemeltuin valt uiteen in drie gedeelten. Zowel het korte begin als het korte slot beschrijft een ontmoeting tussen twee mensen. Het boek begint met twee vrienden die elkaar na zeer geruime tijd weer zien en samen gaan lunchen. Het middenstuk beschrijft een idyllische zomer in een landhuis, in 1937, kort voor de Tweede Wereldoorlog. We maken kennis met mensen die nog een heel leven voor zich hebben en jong en idealistisch zijn. Bij een conventionele roman zouden we in het korte slot terugkeren naar de ontmoeting van uit het begin en zouden we te weten komen wie er de oorlog hebben overleefd. Maar Schoeman doet dat niet; hij geeft het verhaal een onverwachte draai, die in al zijn implicaties iets huiveringswekkends heeft. Ook aan idealisme kan een fatale prijs verbonden zijn.

Hoewel Karel Schoeman in eigen land als een van de twee literaire Nobelprijskandidaten gold, waren er tot voor kort slechts twee titels van hem in het Nederlands vertaald.  Een ander land (Contact, 1992, vertaling Riet de Jong-Goossens, heruitgave Manuzio, 2017) en Merksteen: een dubbelbiografie (De Arbeiderspers, 2004, vertaling Riet de Jong-Goossens), één roman en één werk van non-fictie dus, met grote tussenpoos uitgebracht. Tien jaar na de verschijning van Merksteen besloot uitgeverij Brevier (tegenwoordig Manuzio geheten) zich over Schoeman te ontfermen, en in 2014 verscheen Dit leven, in 2015 Het uur van de engel en in 2016 Verliesfontein, alle drie door mij vertaald. Met De hemeltuin krijgt de Nederlandse lezer een andere kant van Schoeman te zien, een die gezien de verteltrant onder meer aansluit bij zijn werk als schrijver van teksten voor toneel, televisie en radio.

Anderen over Die hemeltuin:

Die hemeltuin is ’n werk wat die skrywer se krag toon… Binne sy oeuvre is dit een van sy beste werke.” J. P. Smuts in Beeld.

“Met hierdie boek bewys Schoeman weer eens dat hy een van die fynste stiliste en een van die mees volwasse romanskrywers in Afrikaans is.” Die Suidwester.

Die hemeltuin is Karel Schoeman se mees bevredigende roman van die afgelope jare… (met) trefsekere onderdele, momente van suiwer karakterisering, uitstekende stemmingskuns en ’n subtiele aandui van parallelle. ”  André P. Brink in Rapport.

“Die roman is een van die interessantste wat die afgelope tyd verskyn het: fyn, en met — soos ons dit kry by Schoeman op sy beste — die heel persoonlike allure van ’n individualistiese en selfstandige kunstenaarskap.” Anita Lindenberg in Die Vaderland.

“Schoeman se geslaagdste roman uit die laat-sewentigerjare is Die hemeltuin (1979), ’n werk wat ná sy terugkeer na Suid-Afrika in 1976 geskryf is… Alhoewel bekende temas en situasies uit vorige werke hier voorkom, slaag Schoeman deur die fyn organisasie, sensitiewe karaktertekening en die kuns van suggestie om met Die hemeltuin een van sy beste werke te lewer.”  J.C. Kannemeyer in Geskiedenis van die Afrikaanse literatuur 2.

Karel Schoeman is een Zuid-Afrikaanse schrijver die leefde van 1939 tot 2017. Hij gold als een van de grootste schrijvers in het Afrikaans. Wat mij tegenwoordig opvalt in zijn werk, ook zijn vroege werk, is zijn stille, onderhuidse feminisme. Juffrou Mackintosh’ kleine rol in Die hemeltuin uit 1979 wordt bijvoorbeeld uitgebouwd tot de hoofdrol die Miss Godby speelt in Verliesfontein (1997). Over Schoemans betrokkenheid is veel door anderen geschreven. Al in Veldslag (1965), zo zeggen zij, toont Schoeman zich een geëngageerde auteur door te breken met het traditionele en idealiserende beeld van de Boerenoorlog. Een jaar later schrijft hij een verhaal over een politieke opstand in Ierland aan het einde van de achttiende eeuw: By fakkellig. In zijn roman  Na die geliefde land (1972) voorspelt hij dan weer de ondergang van het Afrikaner nationalisme. Henriëtte Roos wijst erop dat Schoeman nooit geweld of melodramatische emoties in zijn werk uitbeeldt. Hij geeft op een suggestieve en impliciete manier kritiek op maatschappelijke en politieke situaties. De betrokkenheid bij maatschappelijk-politieke problemen loopt volgens Luc Renders vanaf zijn debuut als een rode draad door zijn boeken: ‘Met uitzondering van ’n Ander land neemt die betrokkenheid een meestal prominente, dikwijls centrale plaats in zijn oeuvre in.’

Karel Schoeman werd in 1939 geboren in Trompsburg en bracht een groot deel van zijn jeugd door in Paarl, een betrekkelijk klein en landelijk gelegen plaatsje waar overwegend Afrikaans werd gesproken. Zijn moeder was van Nederlandse afkomst.  Al in zijn jongensjaren raakte hij geïnteresseerd in het katholicisme. Na zijn eindexamen aan de middelbare school ging hij studeren in Bloemfontein, waar hij Engels, Afrikaans en Nederlands als hoofdvakken had. In zijn vrije tijd verdiepte hij zich in negentiende-eeuwse Amerikaanse auteurs als Emerson, Melville, Whitman en Emily Dickinson. Tijdens een logeerpartijen bij zijn halfzus, die woonachtig is in Pretoria, woonde hij regelmatig de mis bij. Het katholicisme is tijdens gedurende de rest van zijn leven een voorname rol blijven spelen, want ‘in die Katolieke Kerk het ek vir die eerste keer van my eie vaag omskrewe Afrikanerskap of Afrikaansheid bewus geword, en besef dat ek as Afrikaanssprekende Katoliek in seker sin ’n pionier is met verantwoordelikhede en verpligtings.’ In 1959 begon hij aan een opleiding aan het Katolieke Seminarium te Pretoria als voorbereiding op het priesterschap in de Franciscaanse Orde. Eind 1961 vertrok hij naar Ierland waar hij zijn noviciaat in Killarney en Galway doorliep. Na drie jaar in Ierland te hebben doorgebracht keerde hij in 1964 terug naar Bloemfontein. Hij was inmiddels tot het besef gekomen dat hij niet geschikt was voor het priesterschap. In Bloemfontein volgde hij een bibliotheekopleiding. In 1968 vertrok hij naar Amsterdam, waar hij 1973 werkzaam was bij de openbare bibliotheek, aanvankelijk in een filiaal in Osdorp, daarna bij de filialencentrale.  Tussen 1973 en 1974 maakte hij een reis door Europa. Hij werkte een paar jaar als verpleger in Glasgow en vertrok in 1976 weer naar Zuid-Afrika. Vanaf 1982 werkte Schoeman als archivaris in de ‘Suid-Afrikaanse Biblioteek’ in Kaapstad. Deze periode werd sterk bepalend voor de richting die zijn latere romans insloegen. Hij leerde er de ‘opgehoopte rykdom’ kennen en waarderen. In 1999 ging hij met pensioen en vestigde zich in zijn geboortedorp Trompsburg. ‘Om op die platteland te gaan bly, is ’n persoonlike keuse, want dit is ’n soort lewe wat ek wil hê vir die res van my lewe sover daar ’n  keuse is, sover dit in my beheer is. Ek het in stede gewoon omdat die soort werk wat ek kon doen en wou doen, in stede was en my aan stede gebind het. En dit is genoeg, en dit is verby.’ In 2017 overleed hij in Bloemfontein, waar hij ook zijn laatste levensjaren sleet.

Rob van der Veer

E-mail: rjvanderveer[at]hotmail.com

Privacyverklaring